NVPB werkt aan oplossing voor behoud buitengebruik

04-12-2014
Ratten brengen risico’s met zich mee voor de mens- en diergezondheid en kunnen grote economische schade veroorzaken. De overlast van ratten neemt de laatste jaren toe. Medio 2014 is besloten dat biociden voor de bestrijding van ratten niet langer buiten gebouwen mogen worden toegepast. De Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB) is van mening dat dit gebruik opnieuw moet worden toegelaten, mits een verantwoorde toepassing van deze middelen door alle gebruikers wordt geborgd en geen sprake is van een onnodige administratieve belasting voor de sector.

Risico’s van ratten

De zwarte en bruine rat brengen risico’s voor de volks- en diergezondheid en een slechte hygiëne met zich mee. Zo worden ratten genoemd als mogelijke oorzaak van de verspreiding van de recentelijke uitbraak van vogelgriep.[1]  Bovendien kunnen de knaagdieren leiden tot grote economische schade, zoals kortsluiting met brand tot gevolg. Uit berichtgeving volgt dat de overlast van ratten de laatste jaren toeneemt.[2] Deze toename van overlast wordt door de NVPB herkent op basis van signalen uit het veld. Om de risico’s van ratten te verminderen, moeten rattenpopulaties op een verantwoorde wijze kunnen worden beheerst.
 

Integrated Pest Management (IPM)

Een verantwoorde plaagdierbeheersing gaat uit van de gedachte dat voorkomen beter is dan genezen. Dat betekent dat wering en preventie in combinatie met monitoring het uitgangspunt is. Een goede samenwerking met de opdrachtgever is noodzakelijk. In sommige gevallen zijn preventieve maatregelen niet voldoende en moet overlast worden bestreden. Chemische middelen behoren daarbij alleen als laatste redmiddel te worden ingezet. IPM houdt ook in dat een plan van aanpak wordt gehanteerd, een risico-inventarisatie wordt verricht en de getroffen maatregelen continu worden geëvalueerd. Deze uitgangspunten komen tot uitdrukking in de beginselen van Integrated Pest Management (IPM). De NVPB omarmt deze basisprincipes om te komen tot een verantwoorde plaagdierbeheersing.
 

Buitengebruik van biociden

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is verantwoordelijk voor het toelaten van gewasbeschermingsmiddelen en biociden in Nederland. Het Ctgb beoordeelt of de risico’s van de toepassing van het middel voor mens, dier en milieu afdoende zijn beperkt. Ten aanzien van de zogenaamde ‘tweede generatie anticoagulantia’ (biociden) heeft het Ctgb geoordeeld dat het buiten gebouwen gebruiken van deze middelen voor de beheersing van knaagdieren te hoge risico’s met zich meebrengt. Hierbij speelde het risico op doorvergiftiging richting andere diersoorten een belangrijke rol. Daarom heeft het Ctgb medio 2014 besloten om het buitengebruik van deze middelen niet langer toe te staan. Momenteel mogen de middelen nog worden gebruikt in het kader van een opgebruiktermijn, die begin 2015 verstrijkt (de exacte datum varieert per middel).
 

Buitengebruik toelaten onder strikte voorwaarden voor alle gebruikers

De NVPB is van mening dat biociden voor de beheersing van rattenpopulaties buiten moeten kunnen worden toegepast in die situaties waarin dat noodzakelijk is. Toen in 2013 het voornemen bekend werd om het buitengebruik te verbieden, is de NVPB in gesprek gegaan met het Ctgb. Er bleken alleen mogelijkheden om het buitengebruik opnieuw toe te laten, wanneer dit gebruik aantoonbaar tot een minimum zou worden beperkt. De NVPB heeft daarop voorgesteld een praktische en werkbaar protocol te ontwikkelen dat uitgaat van IPM en dat de praktische werkwijze beschrijft voor de beheersing van rattenpopulaties buiten gebouwen. Het Ctgb heeft met deze oplossingsrichting ingestemd en stelde hierbij als voorwaarde dat het protocol aan een aantal minimumeisen moest voldoen en het handhaafbaar zou zijn voor de toezichthouders. Daarnaast was een belangrijk aspect dat de werkwijze niet alleen op papier stond, maar in de praktijk daadwerkelijk zou worden geborgd door middel van een bedrijfscertificering (met onafhankelijke audits) en een scholing (en examinering) voor individuele gebruikers. Er zouden daarbij geen uitzonderingen worden gemaakt voor bepaalde categorieën gebruikers. Wetende dat het noodzakelijk is om de middelen buiten gebouwen te kunnen toepassen en gelet op de ervaring van de sector met IPM, certificeringen en opleidingen, is de NVPB gestart met de ontwikkeling van een protocol voor de beheersing van rattenpopulaties buiten gebouwen.
 

Gevolgen voor de sector

De invoering van een werkwijze voor de bestrijding van rattenpopulaties buiten gebouwen (met een bedrijfscertificering en een opleiding) betekent dat inspanningen worden verwacht van plaagdiermanagementbedrijven en andere professionals die de middelen buiten willen blijven toepassen. De NVPB ziet deze ontwikkeling als een kans voor de gehele sector om buiten gebouwen op een verantwoorde wijze met biociden te kunnen blijven werken. Deze ontwikkeling leidt bovendien tot een verdere professionalisering van de plaagdierbeheersing in Nederland. De NVPB streeft daarbij naar een beperking van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.
 

Stand van zaken en verdere stappen

De NVPB heeft een concept protocol ontwikkeld waarover op hoofdlijnen overeenstemming is bereikt met het Ctgb, het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Ook hebben brancheorganisaties LTO en PLA..N aan tafel gezeten bij deze gesprekken. Het protocol bevat een praktische werkwijze voor de professional. Het werken op basis van een plan van aanpak en samenwerking met de opdrachtgever staat centraal. Daarnaast spelen het uitvoeren van een risico-inventarisatie, het bepalen van de juiste strategie en de evaluatie van de getroffen maatregelen een belangrijke rol. Het protocol sluit aan bij de huidige praktijk van professionele plaagdierbeheersers en brengt daarom geen grote administratieve belasting met zich mee. Nadat het protocol definitief is vastgesteld kan worden gestart met de ontwikkeling van een certificeringsschema en de nascholingsmodule. De NVPB onderschrijft de noodzaak van een adequate borging, omdat anders sprake is van een papieren tijger die niet tot de beoogde gedragsverandering leidt. De verwachting is dat bedrijven zich in de loop van 2016 kunnen certificeren. Tot 2017 is een overgangsregeling van toepassing waardoor bedrijven onder voorwaarden de middelen buiten mogen gebruiken.[3]
 
Over de NVPB
De Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB) behartigt de belangen van bedrijven, die zich beroepsmatig bezighouden met plaagdierbeheersing. De vereniging streeft naar een verhoging van de kwaliteit en verdere professionalisering van de gehele branche. De leden vertegenwoordigen zo'n 90% van de totale omzet behaald op de Nederlandse door (uitvoerende) plaagdiermanagementbedrijven.
 
Op de website www.nvpb.org kunt u meer informatie terugvinden over de leden en werkzaamheden van de NVPB. Voor algemene vragen en opmerkingen kunt u contact opnemen met de NVPB.



Nieuwsarchief