Mansveld presenteert planmatige en samenhangende aanpak voor knaagdierbeheersing

04-07-2015
Op 2 juli 2015 heeft staatssecretaris Mansveld (Ministerie van Infrastructuur en Milieu) de Tweede Kamer geïnformeerd over een planmatige en samenhangende aanpak voor knaagdierbeheersing. In de brief met bijlage worden huidige ontwikkelingen en nieuwe beleidsvoornemens geschetst die van grote invloed zijn op de toekomst van plaagdierbeheersing in Nederland.

Tweede Kamerlid Lutz Jacobi (PvdA) heeft de regering in een (aangenomen) motie opgeroepen te komen met een planmatige en samenhangende aanpak voor de preventie van plaagdieren en de preventie van biocidengebruik. Met de brief en bijlage wordt de motie uitgevoerd. De principes van Integrated Pest Management (IPM) worden centraal gesteld om te komen tot een duurzame knaagdierbeheersing. Dat betekent dat preventie van dierplagen voorop wordt gesteld en alleen chemische middelen worden ingezet wanneer daarvoor geen werkbare alternatieven bestaan. In de brief wordt ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van certificering in Nederland en Europa, zoals het Keurmerk Plaagdiermanagement Bedrijven (KPMB) en de CEN standaard voor plaagdierbeheersing (EN 16636). De brief gaat in op de ontwikkelingen die reeds in gang zijn gezet, zoals de nieuwe werkwijze voor de beheersing van ratten buiten gebouwen, en op nieuwe beleidsvoornemens. De belangrijkste zaken worden hieronder toegelicht.
 
Buitengebruik van rodenticiden
Naast een toelichting op de eisen voor het buitengebruik van rodenticiden wordt ook de laatste stand van zaken beschreven. Voor de eisen verwijzen wij naar onze eerdere nieuwsberichten over buitengebruik. De laatste ontwikkelingen zijn dat, naast de NVPB, ook LTO een protocol heeft ingediend voor de beheersing van rattenpopulaties door agrariërs. Dit protocol moet ook beantwoorden aan de door het Ctgb en de ILenT gestelde eisen en heeft momenteel nog geen goedkeuring. De volgende stap is de ontwikkeling van opleidingen, examens en de certificering. KPMB is door de brancheorganisaties NVPB, PLA..N en LTO aangewezen als schemabeheerder. De protocollen van NVPB en LTO zullen onder KPMB worden geïntegreerd tot één protocol dat de basis vormt voor deze certificering. Dat betekent dat één uniforme werkwijze zal gelden voor de beheersing van ratten buiten gebouwen voor zowel professionele plaagdiermanagementbedrijven als voor agrarische ondernemingen. In de brief wordt ook gesproken over uitbreiding van de eisen voor buitengebruik naar binnengebruik van rodenticiden. De NVPB is bereid hierover in gesprek te gaan met de overheid, mits de aanpak voor buitengebruik eerst zorgvuldig is geëvalueerd en succesvol blijkt.
 
Resistentietest
Wageningen UR heeft een test ontwikkeld waarmee op basis van een monster de genetische resistentie bij ratten en muizen kan worden aangetoond. De test wordt nog verder verfijnd. Hiermee wordt in de toekomst mogelijk om per regio vast te stellen of het knaagdier resistentie heeft opgebouwd voor een bepaalde actieve stof. Met behulp van de test zouden middelen gericht kunnen worden ingezet. NA de zomer zal in overleg met het veld worden gesproken over de wijze waarop van deze faciliteit gebruik kan worden gemaakt. De NVPB ziet het beschikbaar komen van de test als een positieve ontwikkeling. De inbedding hiervan in de praktijk zal echter geen belemmering mogen zijn voor een effectieve plaagdierbeheersing en niet moeten leiden tot een lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. Dit onderwerp heeft dan ook de aandacht van de NVPB.  
 
Distributeurs van rodenticiden moeten gaan beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs
Momenteel moeten professionele plaagdierbeheersers beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs om biociden ter bestrijding van plaagdieren te mogen toepassen. Dat betekent dat de eindgebruiker geschoold is op het gebied van plaagdierbeheersing en de risico’s van de middelen kent. Tot 1 juli 2015 waren agrariërs die rodenticiden (bestrijdingsmiddelen specifiek voor ratten en muizen) op het eigen agrarisch bedrijf toepassen, uitgezonderd van deze verplichting. Deze vrijstelling is dus inmiddels vervallen en agrariërs moeten zelf beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs of een professioneel bedrijf inschakelen. In de brief wordt aangekondigd dat met ingang van 1 januari 2017 naast de eindgebruikers ook de distributeurs van rodenticiden vakbekwaam moeten zijn. De verdere details zijn nog niet bekend en zullen in overleg met de branche nader worden uitgewerkt. Het is te verwachten dat aansluiting wordt gezocht bij de huidige praktijk ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij distributeurs ook moeten beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs. De NVPB zal bij de nadere uitwerking van deze nieuwe eis worden betrokken en zal hierover met de distributeurs in contact treden.
 
De Rijksoverheid zal criteria ontwikkelen voor de aanbesteding van knaagdierbeheersing
De NVPB heeft bij het ministerie van IenM aangedrongen op meer aandacht voor kwaliteitsborging van plaagdierbeheersing in het kader van aanbestedingen door de (semi-)overheid. Het komt met regelmaat voor dat in de gunningscriteria onvoldoende ruimte wordt geboden voor een duurzame plaagdierbeheersing op grond van de principes van IPM. Dit is onwenselijk en kan worden verklaard door onbekendheid met de wijze waarop een goede plaagdierbeheersing wordt uitgevoerd en de afwezigheid van heldere richtsnoeren hiervoor. Dit signaal is opgepakt door het ministerie en er zullen criteria worden ontwikkeld die als hulpmiddel kunnen worden gebruikt voor een aanbesteding. De NVPB heeft specifieke gedachten over dergelijke criteria en heeft onlangs ook een projectgroep opgericht die zich hiermee bezighoudt. De bevindingen van de projectgroep zullen aan het ministerie van IenM in overweging worden gegeven.
 
Voorlichting over IPM
Mansveld zegt in haar brief ook toe meer aandacht te zullen vragen voor de noodzaak van het toepassen van IPM door (semi-)overheden, bedrijven en particulieren. Hiertoe zal gericht voorlichting worden gegeven en wordt ook algemene informatie beschikbaar gesteld op de website van de Rijksoverheid. Mede op aandringen van de NVPB zal ook bij hygiënecodehouders aandacht worden gevraagd voor IPM. Daartoe heeft de NVPB zelf ook een richtlijn ontwikkeld die door hygiënecodehouders kan worden gebruikt om uitvoering te geven aan het onderdeel plaagdierbeheersing. Opdrachtgevers van professionele plaagdiermanagementbedrijven hebben doorgaans geen oog voor IPM en een duurzame plaagdierbeheersing. Voorlichting vanuit de Rijksoverheid is een noodzakelijk voorwaarde om te komen tot de gewenste professionalisering. De NVPB juicht de vergroting van aandacht voor IPM dan ook van harte toe.
 
De NVPB is van mening dat het geschetste beleid bijdraagt aan de integratie van IPM in de Nederlandse praktijk voor plaagdierbeheersing. Een aantal belangrijke zaken zal nog nader moeten worden uitgewerkt. De NVPB zal borgen dat de bedrijven in staat worden gesteld om in de toekomst de overlast van plaagdieren adequaat op een duurzame wijze kunnen blijven beheersen zonder dat hier een onnodige lastenverzwaring tegenover staat.




Nieuwsarchief