Plaagdieren in een varkensbedrijf: een mogelijke bron van besmetting met Clostridium bacteriën

14-11-2016
Tijdens de NVPB Netwerkbijeenkomst van 27 oktober jl. heeft mevrouw Sara Burt, Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht, een presentatie gehouden. Op verzoek van de NVPB heeft mevrouw Burt een artikel over een van haar onderzoeken geschreven. Hieronder leest u meer over het onderzoek en de resultaten.

Een studie uitgevoerd door IRAS, onderdeel van de Faculteit Diergeneeskunde heeft aangetoond dat knaagdieren en insecten op het varkensbedrijf de Clostridium difficile bacterie bij zich kunnen dragen.

Dat plaagdieren, naast fysieke schade aan gebouwen, ook ziektekiemen kunnen overbrengen op dier of mens is bekend. Vooral de ziekte van Weil (leptospirose) is bekend, maar het is ook aangetoond dat Salmonella en Campylobacter (voedselinfecties) en Toxoplasma wormbesmettingen reden zijn om knaagdieren te weren op de boerderij.

Bacterie C. difficile risicovol voor zwak dier en mens
Een bacterie die problemen geeft in zowel de humane geneeskunde als voor diergezondheid is Clostridium difficile. Deze bacterie komt wijd verbreid voor in de darmen van veel diersoorten en in de darm van de mens. Meestal veroorzaakt dit geen problemen; echter wanneer de ‘gastheer’ verzwakte immuniteit heeft of de darmflora is verstoord, kan C. difficile in aantallen toenemen en ziekte veroorzaken (ernstige diarree). Dit kan gebeuren bij zeer zwakke ziekenhuispatiënten die een antibioticumkuur ondergaan, maar ook bij biggetjes die nog geen eigen darmflora ontwikkeld hebben. Omdat de besmettingsroutes nog niet helemaal doorgrond zijn, is er belangstelling voor het in kaart brengen van mogelijke bronnen van C. difficile.
 
Opzet onderzoek: Plaagdieren verzameld in een varkensstal
Gedurende een periode van 8 weken werden in de zomer van 2011 voorkomende plaagdieren in een varkensstal alle gevangen. Ratten- en muizen klemmen werden uitgezet in de stal en vliegenpapieren en plakstrippen werden ingezet om vliegende en kruipende insecten te verzamelen. Kadavers van mussen (een beschermd diersoort) die dood werden gevonden in de drachtige zeugenafdeling met toegang naar buiten, werden ook verzameld. Ook uitwerpselen van knaagdieren en vogels werden verzameld voor analyse. Alle vallen werden dagelijks gecontroleerd en gevangen dieren werden geïdentificeerd volgens het SVO handboek. Alle monsters werden onderzocht op de aanwezigheid van C. difficile.
 
Resultaten
Ongeveer twee derden van de huismuizen en de helft van de vliegen was besmet met C. difficile. Op bijna alle motmuggen en op de meerderheid van de mussen werd de bacterie gevonden. De ribotype 078 die ernstige ziekte bij mensen veroorzaakt, werd ook aanwezig. Een overzicht van de resultaten wordt gepresenteerd in Tabel 1.
 
Tabel 1. Clostridium difficile op plaagdieren verzameld in een varkensstal.
 
Diersoort Monster Aantal (%) monsters positief bevonden voor C. difficile C. difficile ribotypen bevestigd
Huismuis
 
 
Vacht 27/53 (51%) 078
Poten, staart, snuit 35/53 (66%) 078
Darminhoud 4/53 (8%) 078
Dijspierweefsel 17/53 (32%) 078, 045
Uitwerpselen 2/6 (33%) 078
Motmug   38/39 (97%) 078
Kleine kamervlieg   53/95 (56%) 078
Meeltor   11/11 (100%) 078
Huismus [Dood gevonden] 23/35 (66%) 078
 
 
Conclusies
Deze studie toonde voor het eerst aan dat meerdere soorten plaagdieren besmet kunnen zijn met C. difficile ribotype 078; of de plaagdieren de bacterie oppikte in de omgeving (buiten) of vanaf de varkens is nog niet uitgezocht. In ieder geval is duidelijk dat knaagdieren, vliegen en mussen een potentieel risico vertegenwoordigen voor besmetting van op elkaar volgende koppels varkens en voor boerderijen en woningen in de omgeving.
 
 
Sara Burt, IRAS, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht (erkende bestrijdingstechnicus).
 
Deze studie is gepubliceerd als:
Burt, S.A., L. Siemeling, E.J. Kuijper, L.J.A. Lipman, 2012. Vermin on pig farms are vectors for Clostridium difficile PCR ribotypes 078 and 045. Veterinary Microbiology 160: 256–258.
 
 
 


Nieuwsarchief