Wilt u meer weten over de eerste meldingen van de eikenprocessierup

Wilt u meer weten over de eerste meldingen van de eikenprocessierups

PERSBERICHT

15 april 2010

EERSTE MELDINGEN EIKENPROCESSIERUPS

In Brabant, Limburg en Drenthe zijn afgelopen week de eerste eikenprocessierupsen waargenomen. De Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB) verwacht dat in de komende tien dagen de meeste eipakketten zullen uitkomen.

De eikenprocessierups is een behaarde rups die van april tot en met juli op eikenbomen kan voorkomen. Hun aanwezigheid is te herkennen aan de specifieke nesten op stammen of dikkere takken: dichte spinsels van vervellingshuidjes, met brandharen en uitwerpselen. Vanuit hun nesten gaan de rupsen ‟s nachts groepsgewijs – in processie – op zoek naar voedsel (eikenbladeren). Het venijn van de eikenprocessierups schuilt in de aanwezigheid van microscopisch kleine brandharen, die in de maanden mei tot juli naast de normale beharing verschijnen. Wanneer de mens in contact komt met deze brandharen, kunnen gezondheidsklachten als jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan luchtwegen ontstaan.

Toenemende overlast

De langdurige vorst gedurende de winterperiode heeft volgens NVPB-woordvoerder Bert Spierings nauwelijks gevolgen gehad voor de eipakketten. "Wel zijn de jonge rupsen kwetsbaar gedurende de eerste week na eiuitkomst. Lage temperaturen in combinatie met neerslag kunnen hun overlevingskansen negatief beïnvloeden. Ze kunnen bovendien ten prooi vallen aan vogels." In eerste instantie zijn de rupsen oranjeachtig gekleurd. De kleur verandert vervolgens geleidelijk in grijsgrauw met lichtgekleurde zijden. Na de derde vervelling krijgen de rupsen de donkere brandharen op de rug. Tot een aantal jaren geleden liet de eikenprocessierups zich met name zien in Limburg en Noord-Brabant. Een gunstig klimaat lijkt het diertje echter te stimuleren zich in noordelijke richting te bewegen. Zo kwamen de afgelopen jaren al meldingen binnen vanuit onder meer Gelderland, Utrecht, Overijssel en Zuid-Holland. Werden beheerders van groen als gemeenten, provincie of Rijkswaterstaat voorheen regelmatig „overvallen‟ door overlast, inmiddels lijken zij steeds vaker te kiezen voor preventieve actie. "Een goede zaak", zo stelt Spierings. "Voorkomen is beter dan genezen, zowel vanuit het oogpunt van gezondheidsrisico‟s als ook vanuit financieel oogpunt. Biologische bladbespuiting in een vroeg stadium is nu eenmaal minder ingrijpend dan het achteraf wegbranden of opzuigen van rupsen en nesten."

Tijdige bestrijding

Tijdige controle op mogelijk aanwezige nesten en eipakketten kan al in het prille voorjaar een indicatie geven van te verwachten overlast. Bestrijding dient vervolgens vroegtijdig te gebeuren, wanneer nog geen sprake is van overlast van brandhaartjes. Biologische bladbestuiving verdient dan de voorkeur, vanwege de beperkte neveneffecten. Na begin mei is opzuigen of wegbranden van rupsen en nesten de enig aangewezen methode om de overlast te bestrijden.