De rijksoverheid heeft de Voortgangsrapportage Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid gepubliceerd (februari 2026). In deze rapportage wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van het beleid om zoönosen te voorkomen en uitbraken beter te beheersen. Een belangrijk onderdeel van het actieplan is de toenemende aandacht voor de leefomgeving en ongedierte, zoals ratten, muggen en teken, en de rol die deze spelen in risico’s voor de volksgezondheid.
Zoönosen: wat zijn het en waarom is aandacht nodig?
Een zoönose is een infectieziekte die van dieren op mensen kan worden overgedragen. Voorbeelden zijn vogelgriep, de ziekte van Lyme en het Westnijlvirus. Ook de coronapandemie begon als een zoönose. Dergelijke ziekten kunnen grote gevolgen hebben voor de volksgezondheid en de samenleving en vragen daarom om een preventieve en samenhangende aanpak.
De rapportage benadrukt dat maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, verstedelijking en veranderingen in landgebruik het risico op zoönosen vergroten. Mensen, dieren en ziekteverwekkers komen vaker en dichter bij elkaar. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om risico’s in de leefomgeving tijdig te signaleren en te beperken.
Ongedierte en leefomgeving expliciet onderdeel van zoönosenbeleid
In de voortgangsrapportage krijgt de leefomgeving een duidelijke plek binnen het zoönosenbeleid. Daarbij wordt expliciet gewezen op het voorkomen en beheersen van ratten, muggen en teken. Deze dieren kunnen ziekteverwekkers overbrengen en vormen daarmee een belangrijk aandachtspunt voor preventie.
De focus ligt op maatregelen in de directe leefomgeving van mensen, zoals stedelijk gebied en de bebouwde kom. Gemeenten worden gestimuleerd om zoönoserisico’s mee te wegen bij ruimtelijke inrichting, beheer van de openbare ruimte en klimaatadaptatiemaatregelen. Daarbij kunnen zij gebruikmaken van expertise van het kennisplatform vectorgebonden infectieziekten, opgezet door RIVM en NVWA.
Voor beleid en uitvoering betekent dit dat ongediertebeheer steeds vaker wordt gezien als onderdeel van integraal gezondheids- en leefomgevingsbeleid, en niet langer alleen als een reactieve maatregel bij overlast.
Conclusies uit de rapportage
Uit de voortgangsrapportage blijkt dat Nederland de afgelopen jaren belangrijke stappen heeft gezet in het versterken van het zoönosenbeleid. De belangrijkste conclusies zijn:
- Preventie van zoönosen vraagt om een integrale One Health‑aanpak, waarin mens, dier en leefomgeving samen worden bekeken.
- Ongediertebeheer is een essentieel onderdeel van het voorkomen van zoönosen en verdient structurele aandacht in beleid en uitvoering.
- De rol van gemeenten en decentrale overheden neemt toe, met aandacht voor preventie in de openbare ruimte.
- Effectief zoönosenbeleid vraagt om samenwerking tussen beleid, toezicht, handhaving en uitvoerende professionals.
- Structurele aandacht blijft noodzakelijk, omdat zoönoserisico’s door maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen blijven bestaan.
Wat kunt u doen?
De NVPB roept beleidsmakers en toezichthouders op om plaagdierbeheersers actief te betrekken bij het maken van plannen rondom het beperken van zoönoserisico’s. Laat plaagdierbeheersers hun kennis en praktijkervaring inbrengen en risicosituaties in de leefomgeving tijdig signaleren.
