Op 2 april 2026 zijn door leden van de VVD Kamervragen gesteld over de toenemende overlast van ratten en muizen en de effectiviteit van het huidige beleid voor ongediertebestrijding. De vragen zijn mede gebaseerd op recente mediaberichten over een sterke toename van overtredingen in de horeca en signalen van knaagdieroverlast binnen overheidsgebouwen.
Aanleiding: zorgen uit de praktijk
In de Kamervragen wordt gewezen op het toenemende aantal bedrijfssluitingen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vanwege ongedierteproblemen. Tegelijkertijd roepen mediaberichten over knaagdieroverlast binnen ministeries de vraag op of het huidige beleidskader nog toereikend is.
Kern van de Kamervragen
De Kamerleden vragen de betrokken bewindspersonen onder meer:
- hoe zij reflecteren op de geschetste toename van knaagdieroverlast en overtredingen;
- hoe zij aankijken tegen de effectiviteit van het huidige maatregelenpakket en de kernadviezen van de NVWA;
- of zij de risico’s voor de volksgezondheid voldoende ondervangen achten;
- welke bewindspersoon regie voert op het dossier ongediertebestrijding; en
- welke mogelijkheden zij zien om ondernemers beter te ondersteunen, onder meer door beschikbare en effectieve bestrijdingsmiddelen toe te staan.
Daarnaast wordt expliciet gevraagd of er sprake moet zijn van een gelijke aanpak voor ondernemers en overheid, nu ook binnen overheidsgebouwen knaagdieroverlast wordt ervaren.
Relevantie voor de sector
Voor de NVPB onderstrepen deze vragen het belang van een feit‑gedreven discussie over effectief en verantwoord middelengebruik, uitvoerbaarheid van beleid in de praktijk en de borging van volksgezondheid en hygiëne. De beantwoording van de Kamervragen kan richtinggevend zijn voor het toekomstige beleid rond geïntegreerde plaagdierbeheersing (IPM) en de beschikbare instrumenten daarbij.
De NVPB volgt de beantwoording van de Kamervragen en zal haar leden blijven informeren.
